Alternatieve methoden voor dierproeven promoten

Subsidiation de la recherche pour lutter contre l'expérimentation animale

"Ik wens het lijden van proefdieren zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan door het ontwikkelen, stimuleren en ondersteunen van alternatieve methoden. Als we vandaag precies weten hoeveel dieren voor wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt, lijkt het mij van essentieel belang dit aantal te doen verminderen.” Met deze woorden gaf Bernard Clerfayt aan het leed bij proefdieren te willen bestrijden.

Eerste concretisering : een bedrag van 50.000 euro dat werd toegekend aan de Vrije Universiteit Brussel om verder werk te maken van een kadaster van alternatieve methoden voor dierproeven en de publicatie ervan op de website www.re-place.be

Te veel proeven op dieren

In België worden elk jaar meer dan 538.000 dieren in laboratoria gebruikt. Ze worden onderworpen aan allerlei giftigheidstesten, fundamenteel onderzoek, enz. In Brussel zijn er 90 laboratoria en elk jaar worden ongeveer 100 projecten toegelaten. Deze zijn strikt gereguleerd. De dieren die voor de experimenten worden gebruikt, zijn wettelijk beschermd en alle vooraf erkende inrichtingen zijn onderworpen aan controles.

Het aantal dierproeven verminderen...

Overeenkomstig de gewestelijke beleidsverklaring wil Brussel de dierproeven drastisch verminderen. Hiervoor is met name een kadaster van alternatieve methoden nodig. Daarom werd een subsidie van 50.000 € toegekend aan de VUB. Met dit project, tevens ondersteund door Vlaanderen, is het niet alleen mogelijk om een grondige kennis te hebben van wat er bestaat, maar wordt ook de ontwikkeling van nieuwe alternatieve methoden gestimuleerd. Uiteindelijk zal dit bijdragen tot een vermindering van het aantal labodieren.

En alternatieve methoden implementeren

Met alternatieve methode bedoelt men het gebruik van in vitro methoden zoals menselijke cel- en weefselculturen en in silico modellen via computersimulaties.

Een zeer recent voorbeeld van een alternatieve methode in ontwikkeling betreft de studie van de giftigheid van de dampen die door de e-sigaret worden geproduceerd. Onderzoekers proberen het gebruik van in laboratorium gekweekte longcellen en zenuwcellen te combineren om de proeven met inademing van giftige dampen op levende dieren te vervangen.